-
week әйтелешеweek [nl] 3 әйтелеш
Мәгънәдәш (бәйле) сүзләр һәм гыйбарәләр
-
te neuste week әйтелешеte neuste week [nl] 1 әйтелеш
-
afgelopen week әйтелешеafgelopen week [nl] 1 әйтелеш
-
door de week әйтелешеdoor de week [nl] 1 әйтелеш
-
de Goede Week әйтелешеde Goede Week [nl] 1 әйтелеш
-
het snoepje van de week әйтелешеhet snoepje van de week [nl] 1 әйтелеш
-
het postpakket komt deze week әйтелешеhet postpakket komt deze week [nl] 1 әйтелеш
-
-
Het Nederlands Dans Theater treedt volgende week op әйтелешеHet Nederlands Dans Theater treedt volgende week op [nl] 1 әйтелеш
-
Maar volgende week zal ze er wel veel zijn, dus dan kunnen we wel een keer met haar afspreken! әйтелешеMaar volgende week zal ze er wel veel zijn, dus dan kunnen we wel een keer met haar afspreken! [nl] 1 әйтелеш
-
volgende week әйтелешеvolgende week [nl] 1 әйтелеш
-
Ik ga volgende week dinsdag om 12 uur naar Frankrijk. әйтелешеIk ga volgende week dinsdag om 12 uur naar Frankrijk. [nl] 1 әйтелеш
-
Vijf dagen per week әйтелешеVijf dagen per week [nl] 1 әйтелеш
-
Twee keer per week әйтелешеTwee keer per week [nl] 1 әйтелеш
-
Kun jij volgende week tennissen? әйтелешеKun jij volgende week tennissen? [nl] 1 әйтелеш
-
deze week әйтелешеdeze week [nl] 2 әйтелеш
-
vorige week әйтелешеvorige week [nl] 1 әйтелеш
-
Hoeveel keer per week? әйтелешеHoeveel keer per week? [nl] 1 әйтелеш
-
Ik heb 1 keer per week les әйтелешеIk heb 1 keer per week les [nl] 1 әйтелеш
-
Afgelopen week was hij even terug op zijn vroegere werkplek. әйтелешеAfgelopen week was hij even terug op zijn vroegere werkplek. [nl] 1 әйтелеш
-
Hij werkt vijf dagen per week. әйтелешеHij werkt vijf dagen per week. [nl] 1 әйтелеш
-
wij ontmoeten elkaar elke week bij het tennissen әйтелешеwij ontmoeten elkaar elke week bij het tennissen [nl] 1 әйтелеш